Doem van eer - 'Ębelina', pronkjuweel van het skūtsjemuseum

De ‘Æbelina’, later ‘Dorp Grouw’, was een houten fearskipke van ruim twaalf meter lang, dat een beurtdienst voer van Grouw op Leeuwarden en Sneek. Ook toen dat bedrijf verliep door gemotoriseerde concurrentie, bleef dit veerschip zeer gewild. Dat blijkt onder meer uit de prijzen die er bij verkopingen voor werden betaald. Daarnaast deed het geregeld mee in wedstrijden. Het was zo snel dat het meermalen van deelname werd uitgesloten.
Dit skipke werd in 1861 gebouwd door de legendarische Jouster Eeltje Holtrop van der Zee. Hij bouwde het ‘op de koop’; een opdrachtgever had hij er niet voor, maar het werd na tewaterlating vlot gekocht door Jentje Zuidema. Later kwam het in handen van de reus Wiebe Peekema. Beide eigenaren-schippers wonnen er een schat aan prijzen mee.
Met de herbouw van de ‘Æbelina’ heeft de houtbouw in Fryslân er een monumentaal symbool van edel vakmanschap bij. Bovendien is het schip een eresaluut aan de schipperij, door de eeuwen heen zo belangrijk voor deze provincie. Het herinnert daarnaast aan de oerjaren van het wedstrijdzeilen met ‘vracht- en beurtschepen’, waar het huidige Skûtsjesilen tot vandaag de dag aan herinnert.

Een replica van een houten skūtsje

ĘbelinaDe Æbelina wordt wel het mooiste, snelste skûtsje van de negentiende genoemd. Van dit verdwenen schip is in de jaren 2004 – 2009, gebruik makend van het bewaard gebleven bestek van het ‘Veerschip voor Tiggelaar’, nu dus een secuur ontworpen replica op ware grootte gebouwd in Earnewâld, bij het Skûtsjemuseum op ‘De Stripe’ . Bouwmeester is Johan Prins uit Workum. Het lijnenplan is gemaakt door Heine Deelstra uit Gaastmeer.

De tewaterlating

Met een vrolijke heilswens gaf de Friese gedeputeerde Jannewietske de Vries zaterdag 22 augustus 2009 het startsein voor de tewaterlating van de mem fan alle skûtsjes, de ‘Æbelina’. Honderden aanwezigen zagen hoe de fraaie replica van een 19de eeuws eikenhouten veerschip dicht bij het Skûtsjemuseum in Earnewâld werd voorzien van roer, zwaarden, strijkbare mast en tuig. Er wordt in het schip een stille elektromotor ingebouwd voor windstille dagen.
De nieuwe ‘Æbelina’ is in de afgelopen vijf jaar gebouwd onder leiding van de Workumer scheepsbouwer en restaurateur Johan Prins. Het schip meet 12,16 bij 3,11 meter. Dat de bouw zo lang duurde, komt doordat veel van het oude scheepstimmervak opnieuw moest worden geleerd. ’s Winters werd er niet aan het schip gewerkt.

De ‘Æbelina’ is getuigd met zeilen die gemaakt zijn van de tuigage van het Koninklijke jacht de ‘Groene Draeck’. Het zal ingezet worden bij ceremonies en op woensdagmiddagen onderhoudt het een beurtdienst van Earnewâld op Grou v.v., net als destijds. Hiertoe ontving de nieuwe eigenares, de Stifting ‘Æbelina’, voor de tewaterlating volgens oud gebruik een ‘octrooi’ van de gemeente Tytsjerksteradiel.

Het heeftt ligplaats bij het Skûtsjemuseum Earnewâld.

Stifting Houten Skūtsje

De doem van eerHet houtbouwproject in Earnewâld is tot stand gekomen op initiatief van het bestuur van het Skûtsjemuseum. Een speciaal opgerichte Stifting Houten Skûtsje fungeerde als opdrachtgeefster en verzorgde de fondsenwerving. Belangrijke subsidiënten waren de provincie Fryslân en de gemeente Tytsjerksteradiel, maar ook fondsen, bedrijven en particulieren droegen royaal bij tot het totale budget van ruim vijf ton.

Meer info op www.houtenskutsje.nl

Speciaal rond dit project is een prachtig, rijk geïllustreerd boek gemaakt, met een compleet overzicht van het bouwproces en een beknopte geschiedenis van het Skûtsjemuseum. Dit bestond in oktober 2007 tien jaar.

Dit rijk geïllustreerde boek is te verkrijgen in de boekhandel c.q. te bestellen via www.penn.nl
ISBN: 978-90-77948-31-6
Laatst gewijzigd op: 24 augustus 2009

ga naar onze facebookpagina