Speurwerk naar herkomst skūtsje en identiteit schipper

Raerder Roek

door Frits J. Jansen (Grou)

1. Mijn speurtocht begon bij het skūtsje. In het schip is een (zijn) nummer(s) geslagen, omkaderd met een rechthoek van ca. 300x40mm. Ze zijn te vinden in het boeisel boven het berghout op ca. 1/3 van de originele scheepslengte, zowel vanaf de voor- als vanaf de achterzijde van het schip. Dit is (zijn) het (de) nummer(s) van de bijbehorende meetbrief. Bij de ‘Raerder Roek’ is dit [L 1729 N] als nieuwste en [L 937 N] als oudste registratie.

2. Voor informatie over oude meetbrieven kon je bellen met de scheepsmetingsdienst. Door capaciteitsproblemen verleenden zij echter geen medewerking meer, waarna de meetliggers zijn overgedragen aan het Maritiem Museum Rotterdam. De Stichting 'Foar de Neiteam' heeft alle registratienummers van skūtsjes gebouwd in Fryslān eerst overgeschreven en verwerkt op deze website. Daarnaast is het museum bezig om de historische meetliggers in te scannen waarmee deze originele gegevens in Fryslān voor een ieder weer beschikbaar komen. Tot die tijd kan men nu voor skūtsjes deze info op deze website vinden. Staat het registratienummer er niet bij dan kunt u contact opnemen met Marcel Kroon van het Maritiem Museum in Rotterdam, tel. 010-4132680.
Daarnaast zijn alle meetliggers tot 1979 gefotografeerd door George Snijder van de lvbhb. Van de noordelijke districten zijn de foto's tot 1942 aan de Stichting 'Foar de Neiteam' beschikbaar gesteld. U kunt hiervoor dus ook contact opnemen met Frits Jansen, tel. 06-28209395.
In de meetliggers staat bij het betreffende meetbriefnummer evt. de bijbehorende schipper(s), bouwjaar, plaatsnaam werf, naam schip, opgemeten maten, tonnage en overige bijzonderheden als bijv. het kadestraal brandmerk.


Bestek van een nieuw ijzeren roefschip voor de schipper Berend Boom

3. Indien schipper en werf bekend zijn, kunnen bestek en tekeningen misschien teruggevonden worden bij het Fries Scheepvaart Museum (FSM) in Sneek. Hier is ook wellicht overige info over schip, misschien schipper, wedstrijden en algemeen te vinden. Informatie betreffende de werf kunt u nalezen in het boek 'Troch de Wyn' of op deze site. Voor het sneupen in de bibliotheek van het FSM dient een afspraak gemaakt te worden met het FSM, tel. 0515-414057.

4. Historisch onderzoek: Indien meetbriefnummer en eventueel kadastraal brandmerk (bijv. 33 B Leeuw 1927), die soms ook op het schip af te lezen is in het potdek bij de achtersteven of op de roef, bekend zijn, kan de geregistreerde levensloop opgevraagd worden bij het Kadaster (www.kadaster.nl). De namen en adressen van eigenaren cq. schippers, verkoopdata en -bedragen, naamgeving, metingen, verkoopakten en hypotheekakte enz., kortom alle geregistreerde mutaties aan het schip, worden hier gearchiveerd. Kwitanties worden hier niet geregistreerd.


Meetnotitie L 937 N

5. Bij Tresoar in Leeuwarden ligt een vracht materiaal, ook van dorpen, gemeenten en de provincie. In streek- en gemeente archieven als bijv. het Historisch Centrum Leeuwarden en het Skūtsjemuseum in Earnewāld zijn over het voorgaande algemene en specifieke gegevens over herkomst van schippers te herleiden. Daarnaast zijn bij Tresoar specifieke gegevens uit kranten, tijdschriften, notariėle akten, hypothecaire akten en diverse andere documenten te bekijken.

6. Op genealogie websites als www.wiewaswie.nl, www.alledrenten.nl, www.tresoar.nl, www.allefriezen.nl, www.allegroningers.nl en www.graftombe.nl zijn stambomen van families te maken. De geboorten en overlijdensdata zijn hieruit te ventileren. Deze kunnen weer dienen voor verder onderzoek bij o.a. Tresoar naar de speciefiek gegevens als genoemd.

7. In gemeentearchieven staan vaak aanvullende gegevens, waaruit verhuisbewegingen e.d. afgeleid kunnen worden. In het archief van de Leeuwarder Courant (www.dekrantvantoen.nl) zijn familieberichten en andere krantenartikelen over de laatste 200 jaar te herleiden.

8. Met deze gegevens kun je gericht verder zoeken. In vrijwel elke oude schippersfamilie is wel iemand te vinden die documenten en verhalen heeft verzameld. Hetzelfde geldt voor de dorpen, dorpsbelangen, waar het schip vroeger zijn domicilie had. Van veel dorpen bestaan fotoboekjes; de kans is groot dat het schip is gefotografeerd.


Meetbrief L 1729 N

9. Schrik niet van tegenstrijdigheden: zelfs de Sijtema’s schreven hun eigen naam als Sietema. De gegevens van scheepsmeters blijken niet altijd te kloppen. Andersom: pas op voor persoons- en generatieverwisselingen. De eerste zoon kreeg vaak de naam van pake, de derde de naam van omke. De familie Pieters heette in 1865 plotseling Bies. En soms verdwijnt een schipper op mysterieuze wijze uit de geschiedenis. Er zijn ook talloze schepen met de naam ‘Twee Gebroeders’, ‘Hoop op Zegen’, ‘Hoop op Welvaart’ enzovoort. Je zult geregeld voor puzzels komen te staan.

10. Indien namen van schippers bekend zijn kunnen de nazaten achterhaald worden. Dit vergt veel tijd door veel te bellen. Via hen kun je weer bij andere contactpersonen komen.

11. Bij de bibliotheek kan diverse literatuur geleend en gelezen worden die inzicht geven in het skūtsjesilen, historie, ontwikkeling binnenvaart, techniek, ervaringen enz. Indien het skūtsje aan wedstrijden heeft meegedaan, is het boekwerk van Gosse Blom ‘Om priis en eare’ een basis om bij Tresoar of in de Leeuwarder Courant (www.dekrantvantoen.nl) bijvoorbeeld weer naar wedstrijdverslagen te zoeken.

12. Alles wat gevonden wordt uit interviews en historisch onderzoek, kan op internet als zoekoptie dienen in zoekprogramma’s als Google. Van hieruit kunnen o.a. notarissen, verzekeringsmaatschappijen, banken en andere gevonden instanties bezocht worden.

13. Bij wedstrijdcommissies IFKS en SKS zijn verschillende technische aspecten van het desbetreffende skūtsje bekend. Ingewonnen info kan weer in en bij voorgaande gecheckt en aangevuld worden.

14. Ingewonnen info kan verwerkt worden in deze door de Stichting 'Foar de Neiteam' opgestelde website.


Laatst gewijzigd op: 28 maart 2017

ga naar onze facebookpagina